De aanrader van Den Haag
De jacht op het meesterwerk - René van Stipriaan
Rubens die naast schilderen nog drie andere dingen tegelijk kan, Bernini die aan het Franse hof vernederd wordt, Degas die zelf danspasjes uitvoert en Bacon die uitlegt wat toeval voor hem doet. Zomaar wat onderwerpen uit "De jacht op het meesterwerk" een boek vol anekdotes over beroemde en minder beroemde kunstenaars. Geen boek om van kaft tot kaft uit te lezen meer een ideaal bladerboek om 's-avonds op de bank in handen te nemen en er zomaar wat in te lezen.
Stukjes die u zeker zo moeten lezen zijn:
"Jong genie biedt zijn kunsten aan" door Leonardo da Vinci. Waarin hij zijn diensten aanbied aan de hertog van Lombardijen. "En mocht de strijd op zee plaatsvinden, dan beschik ik over talloze werktuigen die zeer geschikt zijn om mee aan te vallen en mee te verdedigen , en over schepen die bestand zijn tegen aanvallen van de grootste bombardes, kruit en rook".
en:
"Metershoge beelden ontdekt op eiland in de Stille Oceaan" door Jacob Rogeveen. Waarin hij schrijft "...toch zulke beelden hadden kunnen oprichten die wel dertig voet hoog waren en een navenante dikte hadden. Maar de verwondering nam af nadat we een steen hadden afgebroken en er achter kwamen dat deze beelden van klei en vette aarde waren gemaakt".
De beelden op paaseiland zijn, bleek later, gemaakt van vulkanisch gesteente. Schreef hij dit omdat hij het niet ander kon verklaren? Al met al een boek om lekker in te lezen.
Eerdere aanraders
Goud Zilver Brons
Op 27 juli barsten in Londen de Olympische Spelen los. Reikhalzend wordt uitgekeken naar de prestaties van de Nederlandse deelnemers. Tot nu toe zijn er meer dan 300 vaderlandse medaillewinnaars , en met een beetje geluk komen daar nog een stuk of wat bij voor de afsluitingsceremonie op 12 augustus.
Goud Zilver Brons toont alle Nederlandse sporters die sinds 1896 één of meer Olympische medailles wonnen. In dit chronologisch opgebouwde fotoboek staan talloze fraaie afbeeldingen van de winnaars in actie. Het is samengesteld door Edouard van Arem uit de archieven van ANP Photo.
Kroniek van een karakter - Jeroen Brouwers
Ik denk dat de literaire bloedarmoede bij de meeste mensen begint met traumatische lessen Nederlands, waarbij je vooral aangespoord wordt om symbolen te vinden in boeken. Literatoren vissen immers belangwekkende betekenissen op zoals anderen koikarpers naar boven halen. Net zo gretig poseren ze beiden met hun vangsten.
Wat zou het mooi zijn als we in plaats hiervan cursussen mooie stijl zouden krijgen. Heel die symbolenzoekerij aan de wilgen hangen en dan net als Karel van het Reve als een wetenschapper onderzoeken waarom de ene zin mooier is dan de andere. Spontaniteit en speelsheid in stijl zijn volgens mij onmisbaar om mooie zinnen te maken, maar omdat de moderne roman zo serieus is, krijg je maar weinig speels proza te lezen.
Gelukkig verschijnt er toch soms iets tegen deze stroom in, zoals In de bovenkooi van Biesheuvel, een van mijn lievelingsboeken, maar ook de autobiografische teksten van Jeroen Brouwers. Toen ik als ventje van tweeëntwintig Het kladboek bij mijn moeder uit de kast pakte, was ik overrompeld. Wat een plezier in stijl, wat een temperament!
Grote liefde voor Brouwers’ romans heb ik nooit gehad, en ook zijn kladboek was mij uiteindelijk te zurig, maar zijn brieven, daar kun je me voor wakker maken. Hij vond ze zelf niet de moeite waard van het bundelen maar in 1986 verschenen ze dan toch, op verzoek van zijn uitgever. Maar: ‘Weinig jaar later verdwenen beide delen in de ramsj’. In 1992 verscheen een tweede, verkorte versie, uitgebracht in de Privé-Domein reeks (nummer 183) – waar deze druk in 2004 van is afgeleid, en tja, helaas voor Brouwers – maar mazzel voor ons – ook weer verdwijnt in de ramsj (en om dan meteen mee te nemen: Het is niets, een selectie uit zijn cahiers).
Brouwers schrijft zijn brieven juist om zich te ontspannen van de serieuze schrijverij, ‘waarin het mij wèl om de kunst is te doen. (…) Van vormgeving is geen sprake, de vorm van de brief is die van de spontaneïteit; woorden worden (…) opgeschreven zoals ze zich aandienen; zinnen worden niet geconstrueerd, maar moeten zich voegen zoals het toeval het bepaalt; gangbare en verantwoorde spelling wordt onder de tafel geveegd (…). Brieven schrijven is literaire anarchie.’
Het is juist die ontspanning die ik erg kunstig vind. Waarom zo’n fraai staaltje literaire anarchie – nota bene in combinatie met veel literaire info – dan niet wordt ‘behandeld’ bij lessen Nederlands? Omdat er geen voorhande grote thema’s zijn aan te voeren. Omdat het eenvoudig is. Omdat het geestig is. Omdat het niet geaccepteerd is als zijnde een klassieker. Omdat het brieven zijn. Vul zelf maar wat in.
Geef mij trouwens maar de onbelangwekkende thema’s – daar kan ik wat mee. Zo schrijft Brouwers over voor mij nietszeggende jaren als 1979 en 1981 en weet daar veel van te schetsen, hoewel hij nergens politici of kranten citeert. Zijn leven is hijzelf, zijn eigen ervaringen en gedachten. Het wereldnieuws is altijd ver weg. Als hij de kroning van Beatrix beschrijft, gaat het over het feit dat hij voor het eerst op een tv de wereld in kleuren ziet. ‘Die Fred Emmer van het nieuws. Die draagt een steenrood jasje!’
Als zijn haan, Cyriel, overlijdt, schrijft hij een heel mooi stukje. ‘Uwe excellentie bloedt, zeg ik, als u maar even zoudt willen afdalen kan ik zien wat er aan uw hand is en of dit te genezen valt danwel of wij van u haan-in-het-pannetje zullen bereiden. Hij komt flap flap uit de boom geklepperd en wil wel landen op mijn schouder, maar dit lukt net niet, zodat hij langs mij heen tussen mijn voeten valt.’ En hoe onbelangwekkend is het als iemand in grote schrijfvorm heel treffend over zijn eigen leven schrijft? Dat is juist heel belangwekkend, lijkt me. Ook al staan er ook onaangename passages in, en die zijn er ook volop, deze passages heb ik ook lief, want die zijn eerlijk.
Brouwers schrijft in zijn brieven meer als mens dan als schrijver, en schetst zo genadeloze portretten van zichzelf, als geestige anekdotenschetser, als zuurpruim, en als moedige doorprikker. Als geestige anekdotenschetser bij een tentoonstelling naar aanleiding van het overlijden van Roland Holst. ‘Och mevrouw, dat facet van Roland Holst zal inderdaad wel flinkdeels op een mythe berusten. Riep zij: Dat is een waar woord meneer! Een miet, dat wassie, een miet. Ik zei: Pardon, mythe, niet miet.’
Als zuurpruim: ‘Lulrecensietjes van lieden als Reinjan Mulder en Alfred Kossmann en zo? Moet ik mij soms gevleid voelen met lof van tuinkabouters?’ En als moedige doorprikker: ‘Mij valt op hoe praline-achtig, snoeperig-mooi, neo-renaissancistisch zo gekruld, zo héél fijnzinnigjes vele van deze hedendaagse verzen wel zijn (…). En daarnaast hoe eigenlijk zeer smalletjes van emotie, hoe eigenlijk burgerlijk braafjes, hoe oneigenlijk zeer Hollandsch dicht bij het eigen lijfje, eigen wijfje, eigen huisje en eigen tuintje het allemaal is van inhoud. Ikzelf mag gaarne krachtig pissen.’
Bob van der Sterre - De Slegte Den Haag
Taboe - Marcel Maassen & Frans Oosterwijk
Door Bob v.d. Sterre, De Slegte Den Haag
Waren taboes niet spoorloos verdwenen na de vrijzinnige jaren zestig van de vorige eeuw? Dus niet. Er valt nog steeds makkelijk een lijst samen te stellen met honderd gevoelens waar de Nederlanders zich voor schamen. Dat deden Marcel Maassen en Frans Oosterwijk in hun boek Taboe, dat in 2006 bij Balans verscheen, en dat was gebaseerd op gegevens van een TNS Nipo-onderzoek..
Taboe is een feitelijk en vermakelijk boek waarin een heel aardig beeld wordt geschetst van de Nederlandse maatschappij van nu, of, om precies te zijn, van vijf jaar geleden. Dankzij de feiten van TNS Nipo lukt het de schrijvers een afstandelijk beeld te schetsen, alsof het boek door buitenlanders is geschreven. Volgens hen zijn er drie soorten taboes: taboes die betrekking hebben op wat we zijn of hebben, taboes die te maken hebben met wat we zeggen, denken of voelen en taboes die ons gedrag betreffen. Ze zeggen dat taboes ook wel een zinnig doel hebben. Het bewijs is volgens hen dat er altijd slachtoffers zijn als een taboe sneuvelt.
Wat zijn ze dan, de taboes waarvoor we ons schamen als Nederlander? Voorbeelden te over. Extreem-rechtse sympathieën koesteren. Seksuele speeltjes gebruiken. Een hekel hebben aan je naaste familie. Tegen een collega iets negatiefs zeggen over zijn of haar lichamelijke verzorging. Geloven in het bestaan van kabouters, elfjes, trollen en andere natuurwezens. Schulden hebben. Je best doen om veel te erven na een sterfgeval in de familie. Wel eens autorijden onder invloed van alcohol en drugs. Dementeren. Niet stemmen bij verkiezingen. Zeggen dat je een cadeau niet leuk vindt. Voorstander zijn van herinvoering van de doodstraf. Last hebben van aambeien. Adoptie door homoparen willen verbieden. Onder behandeling zijn van een psychiater. Geen zin hebben om te werken.
Alle taboes worden besproken en dat is al vermakelijk leesvoer, maar nog interessanter vond ik de verschillen tussen de diverse bevolkingsgroepen. Maassen & Oosterwijk analyseren bijvoorbeeld de verschillen in hoe mannen en vrouwen zich schamen. ‘Het grote verschil is dat mannen zo’n beetje alles minder erg vinden. ’ Slechts vier keer schaamt een man zich meer dan een vrouw: bij homoseksuele gevoelens hebben, in huilen uitbarsten op het werk, nog nooit seks hebben gehad en regelmatig moeite hebben met moderne technische apparaten. Maassen & Oosterwijk: ‘Mannen zijn hufters, dat is wel duidelijk, maar dat was en is dan ook precies de opdracht die de evolutie aan hen stelt.’
En vrouwen? ‘Laten we het kort houden: taboes zijn typisch vrouwelijk.’ Volgens Maassen & Oosterwijk zijn vrouwen veel edeler en nobeler en socialer, maar kunnen zij zich dat ook veroorloven. ‘Vrouwen hebben echt een moraal. Jawel, en wat voor een moraal! (…) Overmatig beharing vinden ze erger dan dementeren, erger dan roepen dat alle allochtonen het land uit moeten en erger dan het geloven in kabouters.’
En het verschil tussen stedelingen en provincialen: ‘Het mogen materialistische individualisten zijn, die Nederlanders die onze grote steden bevolken, maar ze zijn zeker niet (…) minder begaan met het lot van een ander. Voor [stadsen] is discriminatie (…) duidelijk een groter taboe.’
Ouderen en jongeren: ‘Hebben de ouderen een olifantenhuid gekregen? De groep 55-plussers lijkt immuun voor sarren en pesten. Dat kun je zeker niet zeggen van de jongeren en van de hbo’ers. Die zijn blijkbaar zo teergevoelig dat het geringste plagerijtje aanleiding kan zijn voor een spurt naar de vertrouwenspersoon.’
Politieke partijen. ‘(…) de LPF-stemmers. Hun opzienbarende gebrek aan gêne voor tal van zaken waarvoor een ander zich werkelijk rot schaamt, maakt hen zowel angstaanjagend als sympathiek. (…).’ ‘Zo enorm taboe als discrimineren voor de D66-stemmers is, zo weinig taboe zijn voor hen tal van zaken waarvoor andere groepen zich juist enorm schamen..’ ‘Het is geen lijstje dat de VVD-aanhang er sympathieker op maakt. Ikke-ikke-ikke, dat beeld overheerst. Maar (…) ze staan ook niet snel te zeuren en te klagen als henzelf allerlei zieligs overkomt.’
Het boek krijgt sjeu dankzij levendig geschreven persoonlijke opinies van Maassen & Oosterwijk. Het siert Maassen & Oosterwijk dat ze zich in hun taal zo min mogelijk door taboes hebben laten belemmeren. Dat maakt het boek persoonlijk en temperamentvol – iets zeldzaams in de wereld van het Nederlandse proza.
Over het afschrijven van de multiculturele samenleving schrijven ze: ‘De multiculturele samenleving is niet mislukt, dat is onzin. We hebben überhaupt nooit een multiculturele samenleving gehad, want we leefden en leven simpelweg multicultureel langs elkaar heen. Bovendien veronderstelt ‘mislukt’ dat we bezig waren die multiculturele samenleving wél te doen slagen en dat we in onze pogingen zijn gestrand. Maar daar waren we helemaal niet mee bezig.’
Over Antroposofie: ‘Volgens Rudolf Steiner had je God niet nodig. De grondlegger van de antroposofie meende dat je ook zonder Hem spiritueel tot ontwikkeling kon komen. (…) Volgens God had je Rudolf Steiner niet nodig. De grondlegger van het christendom gruwelde van afgoderij, occultisme en heidens vertier.’
Taboes zijn niet zo dwingend meer aanwezig in de maatschappij als bijvoorbeeld in de jaren vijftig van de twintigste eeuw maar makkelijker is het er niet op geworden. ‘Op tal van terreinen zijn we onze eigen politieagent geworden die nauwelijks iets door de vingers ziet. We zijn vrij om God en gezag op de korrel te nemen, maar o wee als we falen op ons werk. We mogen van onszelf niet dik en niet dom zijn, niet kaal en niet behaard, we moeten interessante gesprekspartners zijn (…), we moeten diervriendelijk consumeren (…), weten wat hot is en wat not, ga zo maar door. (…).’
Er valt niet veel te mopperen op dit boek. Een betere index was handig geweest. Misschien oogt het wat te rommelig met al die staatjes met cijfers. Omdat Maassen & Oosterwijk als journalisten erg met politiek en actualiteit bezig zijn, is het ook wat gedateerd af en toe. Maar: ‘Over – pakweg – een jaar of vijf meten we opnieuw hoe het met ons fatsoen is gesteld.’ Dat zou dus nu zijn. Zoals er ieder jaar ruimte is voor een supermarktwijngids, moet er ook ruimte zijn voor een vijfjaarlijkse taboegids.
Je goed voelen - Candace B. Pert
In Je goed voelen vertelt Candace B. Pert op persoonlijke wijze wat het verband is tussen wetenschap en spiritualiteit. Als psychofarmacoloog is het haar werk is om de moleculaire invloed te vinden in psychische processen. Kortom: wat is de invloed van een gelukkig of ongelukkig molucuul op ons hele welzijn?
Volgens Candace zit het geluk in iedere molecuul in je lichaam, en als moleculen in je lichaam zich niet goed voelen, zal je je volgens Candace zelf ook niet gelukkig voelen. Filmkijkers kennen Candace misschien als een van de geïnterviewden in de films What the #$*! Do We (K)now!? en What the Bleep!?: Down the Rabbit Hole.
Als voorbeeld geeft ze aan hoe slecht eten ons welzijn beïnvloedt. Light-producten zijn volgens haar een boosdoener, maar ook aspartaam is volgens haar iets verschrikkelijks. Deze kunstmatige zoetstof zit in meer dan 9.000 voedingsmiddelen die in de winkels te koop zijn. Aspartaam bestaat uit twee animozuren die invloed hebben op onze hersenen. Ze ‘overprikkelen’ neuronen zodat ze uitgeput raken of afsterven. En ze zijn betrokken bij het functioneren van neurotransmitters, degenen die je stemmingen reguleren, waardoor je gevoeliger kan worden voor emoties als paniek.
Aan deze aminozuren zit volgens Candace een ‘methylestergroep’ vast, die makkelijk afbreekt en in het lichaam verandert in methanol. Methanol is een vergif waarvan je blind kunt worden als je het opdrinkt. Het wordt gebruikt door begrafenisondernemers om lichamen te balsemen… Het Amerikaanse National Cancer Institute ziet een verband tussen de toename van het aantal gevallen van hersentumor en het toegenomen gebruik van aspartaam.
Candace vertelt haar verhaal autobiografisch, om te bewijzen dat alles met emoties samenhangt. Hierdoor leest het boek als een roman. Ze vertelt bijvoorbeeld dat ze gemasseerd werd door een chiropractor. Tijdens deze behandeling raakte hij sleutelpunten op haar rug en bevrijdde haar daarmee van blokkades van vastzittende energie. Candace was verbaasd dat ze als een kind begon te huilen. Hij zei: ‘Candace, er is iets gebeurd toen je ongeveer drie jaar was.’ ‘Waarom?’ vroeg zij. ‘Omdat je lichaam verkrampt zoals een kind van drie.’ Toen herinnerde ze de traumatische herinnering dat ze haar vader vreemd zag gaan, een geheim dat ze gedwongen was te vertellen aan haar moeder toen die haar uithoorde. Hierdoor hield Candace heel haar leven een schuldcomplex.
Candace: ‘Een traumatische gebeurtenis uit mijn jeugd die begraven en vergeten leek en nu moet ik leren dat het aan de basis lag van emotionele problemen die mijn hele volwassen leven beïnvloedden.’
Er zijn heel veel boeken over spiritualiteit en ik heb er zelf veel gelezen. Dit boek vind ik een van de beste in zijn soort. Het is menselijker en echter, waardoor het mij meer inspireert, en ik, in tegenstelling tot veel spirituele boeken, zin heb om het helemaal uit te lezen. Noami Judd vat in het voorwoord goed samen waarom het boek van Candace zo belangrijk is: ‘Je wordt de architect van je eigen leven en de eigen manier om dat te doen met liefde, liefde, liefde…. Wat begint met het houden van jezelf.´
Eerdere aanraders
Meer aanraders
De Slegte Aalst
De Slegte Amsterdam
De Slegte Antwerpen Meir
De Slegte Antwerpen Wapper
De Slegte Apeldoorn
De Slegte Arnhem
De Slegte Brugge
De Slegte Den Bosch
De Slegte Den Haag
De Slegte Eindhoven
De Slegte Enschede
De Slegte Gent
De Slegte Groningen
De Slegte Haarlem
De Slegte Hasselt
De Slegte Hilversum
De Slegte Leeuwarden
De Slegte Leiden
De Slegte Leuven
De Slegte Maastricht
De Slegte Mechelen
De Slegte Nijmegen
De Slegte Rotterdam
De Slegte Tilburg
De Slegte Utrecht
De Slegte Zwolle







