Als kleine jongen verzon Adriaan Noordergraaf al verhalen en toneelstukjes. Als de anderen gingen voetballen, bouwde hij hutten en tenten van oude kleden. In zijn hoofd beleefde hij de meest bijzondere en spannende avonturen.
Wanneer hij in de achtertuin aan de schommelstelling een lap bevestigde die door de wind opbolde, waande hij zich op een schip. In het ‘noodweer’ bleef hij op koers en voelde hij het zoute water in zijn gezicht spatten. Vanaf het moment dat hij het alfabet onder de knie kreeg, begon hij te schrijven.
En dat is hij altijd blijven doen; dit is zijn vierde boek.
Algemene informatie
-
Naam:Adriaan Noordergraaf