Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1947) is neerlandicus en als hoogleraar algemene letterkunde verbonden aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1978, in 1998 werd zijn poëzie verzameld in Zegelboom. Gedichten en notities 1975-1989. Daarna verschenen onder andere De onweerzitting (verhalen, 2000), Als kind moest ik een walvis eten (poëzie, 2002) en het met Huub Beurskens geschreven In duizend kamers. Kusters schreef ook gedichten voor kinderen, o.a. Salamanders vangen en Het veterdiploma en werk voor film en toneel, waaronder de nieuwe tekst voor het vijfjaarlijkse passiespel van Tegelen, Levend bewijs. Hij werkt aan een biografie over Pierre Kemp.
'Kusters schrijft de lezer voortdurend het zand uit de ogen.' de Volkskrant
'Zijn woorden lijken op een goudschaaltje gewogen.' Eindhovens Dagblad
poëzie:
Zegelboom. Gedichten en notities 1975-1989
Ik graaf, jij graaft. Aantekeningen over poëzie (1995)
Als kind moest ik een walvis eten (2002)
Zielverstand (2007)
In duizend kamers (met Huub Beurskens, 2006)
Levend bewijs (2006)
verhalen:
De onweerzitting (2000)
'Kusters schrijft de lezer voortdurend het zand uit de ogen.' de Volkskrant
'Zijn woorden lijken op een goudschaaltje gewogen.' Eindhovens Dagblad
poëzie:
Zegelboom. Gedichten en notities 1975-1989
Ik graaf, jij graaft. Aantekeningen over poëzie (1995)
Als kind moest ik een walvis eten (2002)
Zielverstand (2007)
In duizend kamers (met Huub Beurskens, 2006)
Levend bewijs (2006)
verhalen:
De onweerzitting (2000)
Algemene informatie
-
Naam:Wiel Kusters